Cloud
Cloud
Cloud
Cloud
Cloud
Cloud

De Telegraaf

28.06.2005

Fietsparadijs Bangkok

Kilometerslange fietspaden in de groene Engelenstad

Jos van Noord

AMSTERDAM – Je vergeet bijna dat je op de fiets zit, zoveel valt er om je heen te zien. Een lawine aan indrukken, dat lawaai, al die geuren en kleuren. Bangkoks hyperenergieke en vooral chaotische Chinatown valt als een heerlijke heksenketel over je heen. Het lijkt op een grote braderie, overal stalletjes en kraampjes met pruttelende pannetjes, bijna iedereen is met eten bezig.

Opzij, opzij, opzij; met volgeladen steekwagentjes rennen bezorgers door de straten. In de markthallen vol verse vis en groenten, varkenskoppen en kale kippen en in de doolhoven van nauwe achterafstraatjes krioelt ‘t van de drukke baasjes. Wij fietsen er op ons gemakkie doorheen.

Op de bloemenmarkt van Chinatown krijgen alle fietsers spontaan een bosje orchideeën toegestopt.

Een steegje met enkel smederijen, dan weer een slopje met alleen motoronderdelen, het volgende straatje is kennelijk van het Chinese wierookstokjesgilde. Dan weer een zijstraatje met enkel bloemen. Alom lachende gezichten. Veel gesjouw met balen: meel, veren of hete pepers. Hier wordt grootscheeps zaken gedaan, soms ook gewoon legaal. “Niet te veel nadenken over het fietsen”, zegt Co van Kessel die me meeneemt op z’n nieuwste fietstocht door Bangkoks Chinatown. ” Het fietsen is niet ons doel. Het gaat om ‘t schouwspel. Ik vertel er weinig bij, af en toe een kort verhaaltje. Niemand wil volgestopt worden met gegevens, met cijfers, jaartallen of statistieken. Toeristen willen rustig kijken en genieten. Zij willen ondergedompeld worden in de immense belevenis Bangkok.”

Deels gaat de tocht door Chinatown over de Chao Praya rivier: de fietsen gaan mee in de longtailboot.

Bangkok-kenner Rob Rijnders, de grote baas van de luxe Amari-hotelketen in Thailand die me op Co’s nieuwe fietsroute attendeerde, vindt zo’n fietstocht door Bangkok een van de meest verrassende attracties van de Thaise hoofdstad en een uitgelezen manier om te ontdekken hoe Thaise mensen wonen en werken, zoals het Thaise leven écht is.. .

Huiskamer

Voor het beruchte stinkverkeer van Bangkok, de moeder van alle verkeersopstoppingen, hoef je niet te vrezen, want met Bangkok-fietsveteraan Co kom je niet op drukke hoofdwegen. Co neemt zijn groepen fietsers mee door de achterafstraatjes van Chinatown, waar je als het ware door de huiskamer van Bangkok fietst, door onbekende achterafstraatjes en -steegjes, langs vaarten en spoorlijnen, dan een oversteek met een boot en daarna warempel over kilometers lange fietspaden door uitgestrekte groengebieden, waar auto’s helemaal niet kunnen komen, nota bene midden in deze superdynamische miljoenenstad. Een stilteroute waarbij je doorgaans alleen de vogels hoort of een blaffende hond, de mooiste plekjes waarvan bijna niemand weet. Geen toerist te bekennen. Bangkok herontdekt.

Onderweg wordt regelmatig gestopt om water te drinken. ,,Heel belangrijk”, zegt Co.

In Chinatown, een stadswijk aan de rivier Chao Praya van zo’n vier bij vier kilometer, leeft overdag iedereen op straat, of onder een luifeltje. Honderden jaren geleden al druppelden de Chinezen het toenmalige koninkrijk Siam binnen, nu vormen zij de grootste etnische bevolkingsgroep van Bangkok, met hun Chinatown als epicentrum, religieus en cultureel, maar vooral ook economisch van grote betekenis.

Na zo’n paar uur fietsen gaat de Thaise lunch op het plankier bij Khun Pen er wel in.

“Je merkt hier pas hoe lief Thaise mensen zijn”, zegt Francien Severin (45), zwemlerares uit Almere, als we bij een van de bloemenhallen op de markt allemaal een bosje orchideeën krijgen in het mandje aan het stuur van onze fietsen. Zomaar, voor de aardigheid. “Hoe armer, hoe hartelijker”, constateert Franciens man Piet (51) vanaf zijn mountainbike. Sportieve Piet werkt bij het drinkwaterbedrijf van Amsterdam en hij is met zijn vrouw al eerder in Thailand geweest, “maar zó hebben we Bangkok nog nooit gezien.”

Volendam

Vraag nou niet aan Co van Kessel, al ruim een kwart eeuw in Bangkok, of hij je naar het Grand Palace wil brengen, naar de Tempel van de Dageraad of naar de Liggende Boeddha, want daar heeft Co geen trek in. “Want dat kan je zelf ook wel vinden.”

Onderweg worden in een tempel de tsunami-slachtoffer herdacht.

Co brengt zijn fietsgroepen – hij vertrekt liefst vroeg, om zeven uur, vanaf het Grand China Princess Hotel aan de Yaowarath Road, in hartje Chinatown – naar onbekende buurten en plekken waar je nog kunt zien hoe de tien miljoen inwoners van Bangkok echt leven, naar tempels waar de gewone mensen bidden, waar de oudjes en de weeskinderen wonen, omringd door straathonden en kippen, langs de klongs,, de waterwegen, en door groengebieden die niet in de toeristische gidsen staan.

Niet ver van de rivier, in een tempelcomplex met een grote binnenplaats, ligt bij een goed afgeschermde vijver een metersgrote krokodil. Reinanke Timmer (35) uit Utrecht schrikt er een beetje van. “Je mag ‘m niet storen, want hij studeert voor attachékoffer”, grapt haar vriend Robert Verhagen (36), wijzend op de gigakaken. “Vroeger hadden ze hier wel veertig krokodillen”, weet Co, “allemaal afkomstig uit de rivier.” Bangkok, zo groot als de provincie Utrecht, is nu eenmaal de stad van de grote getallen: twee miljoen auto’s, zes miljoen brommers, twaalfduizend stadsbussen en veertigduizend taxi’s, een onbeschrijflijk gekkenhuis, deze immense metropool. Veel Nederlanders zouden er nooit willen wonen, maar toch houdt iedereen van Bangkok. Robert zou ‘t hier best een jaartje uithouden. ” Misschien lukt dat nog wel een keer bij mijn baas”, verzucht hij. Robert werkt bij IBM in Amsterdam en hij voelt Bangkok als “een fascinerende belevenis”.

Als de Hollandse fietsgroep een schoolplein passeert, wordt er door de kleintjes uitbondig gezwaaid.

Voor fietsers bestaan in Thailand geen verkeersregels. De politie beschouwt fietsers als voetgangers op wielen. “Belangrijk is dat je jezelf goed zichtbaar maakt “, zegt Co als we met een voetveer de Chao Praya oversteken, niet ver van Wat Kalaya, die een reusachtige zittende boeddha bevat. Thais bezoeken ten minste één keer per week hun wat, de buurttempel. Ze brengen offers, branden er wierookstokjes en luisteren naar preken en gezang van de monniken.

Als we langs een vijver vol schildpadden fietsen, worden we op afstand aangeblaft door wel tien schurftige en manke zwerfhonden, maar ze doen verder niks. Onderweg zien we de mooiste bloemen, overweldigend veel groen. Overal scharrelen kippen en eenden. Ik zie bamboestruiken, mangobomen, palmen en bananenbomen, huizenhoge ficussen, gele en knalpaarse bougainville. Orchideeën groeien tegen boomstammen op. Prachtige lotusbloemen in vijvers tussen de golfplaten huizen. Gekwaak van kikkers. Kinderen puzzelen op straat en wij fietsen zo door hun puzzels heen, ze moeten erg lachen om die crazy falang, die knotsgekke buitenlanders op hun tweewielers. Wie gaat er hier nou fietsen? “Sawasdee!” roepen hun moeders. Onderweg stoppen we in een sloppenbuurt bij een winkeltje voor wat flesjes mineraalwater. De winkeljuf geeft er twee trossen bananen bij cadeau.

Golfplaten

Honderdduizenden inwoners van Bangkok wonen in golfplaten krotten, de allerarmsten wonen in kartonnen dozen, sommigen in afgedankte spoorwagons. Overal staat de tv aan. “Thais kunnen niet leven zonder tv”, lacht ex-seminarist Co (54). ” Eten en tv-kijken vormen hun belangrijkste tijdverdrijf. En slapen kunnen ze ook op elk moment, door alle herrie heen, liefst in een hangmat. Thais hebben geleerd zich voor hun rumoerige omgeving af te sluiten.”

Soms zijn er onderweg verzakkingen, omleidingen of opbrekingen en moeten de fietsers een stukje lopen.

Zomaar ergens bij een brug over een van de klongs stappen we af. “We gaan iets eten “, stelt Co voor. Op een plankier boven het water strijken we neer. Hier zwaait Khun Pen de pollepel en in een mum van tijd zet ze ons, vanuit haar dampende wok, verrukkelijke Kao Pad Kai voor, gebakken rijst met kip. Kao Pad Koeng kan ook, rijst met riviergarnalen, en natuurlijk flink Nam Pla, die zoute Thaise vissaus. Arooi mak mak, wat heerlijk allemaal! Wie nog wat anders wil proberen: de open uitspanning van Khun Pen heeft ook altijd verse Pad Thai, een smulschotel op basis van noedels, met veel basilicum, wat ui en gemalen nootjes en ‘n half limoentje. Superlekker. Het is een en al verwennerij, geen wonder dat Thailand hard op weg is ook dit jaar onze favoriete Aziatische vakantiebestemming te worden.

Co van Kessel: ,,De fietsers onderdompelen in het schouwspel Bangkok.’

“Vooral Chinatown vind ik boeiend”, zegt Frank Teeuwen als we over de brede Chao Praya rivier – alle fietsen gaan mee in de longtail -boot – naar de Rachawong Pier varen. “Al die uithangborden en lampionnen, je bent echt in China!” “We hebben dit éne ochtendje fietsend meer van Bangkok gezien dan in drie weken lopen!” concludeert Reinanke. “Wat een kijkfeest”, zegt Francien. “Zo heerlijk kalmpjes op de fiets. We hebben genóten.”