
21 januari 2009
Markt in het kwadraatHet commerciële mierennest Chinatown in Bangkok is een wijk op zichzelf, en een attractie van formaat. Als markt voor plaatselijke bewoners, uiteraard, maar ook als exotische ervaring voor bezoekers. Een verhaal in (vooral) foto's.
Jan Willem Veenhof
Chinatown -
De Chinezen hebben, als 'gastarbeiders', Bangkok gebouwd. Zij waren het die in de zeventiende, achttiende eeuw de kanalen ( khlongs ) groeven, die in Bangkok nu het transport over water zo gemakkelijk maken. Aanvankelijk woonden de
Chinezen in het oude centrum, op de oostoever van de Chao Prayarivier. Toen koning Rama I eind achttiende eeuw zijn koninklijk verblijf verplaatste van Thonburi naar Bangkok (om aan Birmese invallen te ontsnappen), moesten de Chinezen verkassen. Van de plaats waar nu het Royal Grand Palace staat, het koninklijk paleis, en de tempel Wat Phra Kaeo , verhuisden ze naar het stadsdeel Sampeng , ten zuidoosten van het oude stadscentrum, rond de doorgaande weg Yaowarat Road. Dat stadsdeel heet nu Chinatown. De wijk kent, behalve eetstalletjes, een aantal 'themawijken', zoals goud- en textielwijken, of straten achtereen met huishoudelijke artikelen. Echt en nep is hier door elkaar te koop, dus kijk uit je doppen. En sowieso mag het meeste spul in Nederland niet door de douane. Een gewaarschuwd mens telt voor twee..
De wierookwalmen slaan je tegemoet als je via de krappe toegangspoort langs de Wat Kusol Samakom Chinatown binnenloopt. Het gevoel van krapte wordt versterkt als het kleine voorpleintje van deze Vietnamese tempel volgeplempt met auto's blijkt te staan. ,,De tempels klussen er wat bij met parkeerplekken'', verklaart Co van Kessel, terwijl hij soepel om de auto's heen draait, weer een volgend steegje in.
De Nederlander Van Kessel (58) woont al tientallen jaren in de Thaise hoofdstad. ,,Ik ging in 1975 voor het eerst op vakantie naar Thailand'', legt hij uit als we verder lopen door de frituurdampen heen. ,,En ik was meteen - wham - verkocht aan de tropen. In 1977 ben ik geëmigreerd. Sindsdien ben ik alleen maar voor familiebezoek teruggeweest naar Nederland.'' Vrijwel dagelijks - en soms een paar keer per dag - neemt Van Kessel vanuit zijn uitvalsbasis Grand China Princess Hotel , Nederlandse toeristen op sleeptouw door Chinatown. Of nog verder Bangkok in.
Glimlach
We lopen door de doolhof van kleine stalletjes, waar op ambachtelijke wijze Chinese en Thaise gerechten bereid worden. Rijstkokers, kroepoekbakkers, mierollers, kruidenwegers, insectenpotters, geneeskrachtige kruidenmengers, slangenopsterkwater-verkopers, visblaasverzamelaars, groentesnijders, toekomstvoorspellers, loterijbriefjesventers, pepermalers, banaangrillers, kipklievers, krabverkopers - en meer. Véél meer.
Een deel van die kraampjes ligt half buiten, half binnen het huis van de uitbaters. Dat geeft een wonderlijke, semihuiselijke sfeer aan deze enorme stadsmarkt; het garnalen pellen en rijst koken gebeurt soms gewoon tussen wasrek en kinderspeelgoed. ,,Het woord pottenkijken krijgt hier een heel letterlijke betekenis'', lacht Van Kessel als we een brommer ontwijken met levende vis achterop, spartelend in een transparante plastic krat water.
Fascinerend om te zien. En het leuke is: het gaat allemaal in een ontspannen, plezierige sfeer. Thailand wordt wel 'land van de glimlach' genoemd, en dat wordt ook hier in Chinatown weer eens bewezen. De mensen zijn vriendelijk. Binnenkomen mag. Foto's maken ook. En soms zelfs mee-eten, als je dat wilt.