![]() |
![]() |
Een fietstocht door het hart van Bangkok? Mijn verbazing is groot als ik een van de Nederlandse stewardessen in het vliegtuig naar de Thaise hoofdstad daarover hoor spreken. De kans te verongelukken ergens in de permanente verkeerschaos die deze miljoenenstad kenmerkt, lijkt me nogal groot. Nog afgezien daarvan zijn de monddoekjes die de bestuurders van de traditionele tuktuks (bromfietstaxi's) dragen een waarschuwing dat fietsen hier alleen al vanwege de uitstoot van uitlaatgassen een minder gezonde bezigheid is.
Ik ben, kortom, niet zonder scepcis als ik me eind oktober op een zondag om zeven uur 's morgens meld in het Grand China Princess Hotel (215 Yaowarat Road) voor een fietstocht met de poëtische titel “From the heart of Chinatown to the Gardens of Siam”. In de lobby zit een groep van ongeveer twintig landgenoten te wachten op wat komen gaat. Het zijn over het algemeen geen onverschrokken bikers, zo is meteen al te zien. Met mijn wielerbroek en bandana voel ik me nogal overdressed.
Op de bank naast me neemt een echtbaar van achterin de zestig plaats. De vrouw vertelt dat ze met een touroperator een rondreis gaat maken. “We moeten hier een dag overbruggen voor we het land intrekken en dit is een ideale gelegenheid om iets van Bangkok te zien. Ik fiets normaal gesproken weinig, maar dit leek ons wel leuk.”
De man die de tocht heeft uitgezet, is de Nederlander Co van Kessel. Hij woont dertig jaar in deze stad en organiseert al negentien jaar fietstochten.
Nadat we koffie hebben gekregen, maakt hij duidelijk wat ons te wachten staat. “U moet vooral blijven drinken,” waarschuwt Van Kessel. “daarom worden elk uur flessen water rondgedeeld. Het wordt vandaag namelijk erg heet.”
Van Kessel verteld ook dat het vangwege die hitte onverstandig is in de zon stil te blijven staan en het beslist aan te raden is een hoed of een pet te dragen. Nog even vraag ik me af, of dit geen erg hachelijk avontuur wordt. De dame naast me zie ik enigszins ongerust kijken.
Maar dan begint Van Kessel de deelnemers gerust te stellen. Over de snelheid hoeven we ons bijvoorbeeld geen zorgen te maken, zegt hij. Die zal gemiddeld iets boven wandeltempo liggen en Bangkok kent geen heuvels of bergen. Verder leggen we ook wat stukken per boot af en dan is er voldoende gelegenheid om uit te rusten.
In de kelder van het viersterrenhotel staan de fietsen. We kunnen kiezen uit mountainbikes, hybrides en gewone modellen. Het moet voor de Thai een wonderlijk gezicht zijn om het gezelschap even later dwars door de verkeerschaos van Bangkoks Chinatown te zien fietsen. Van Kessel gaat voorop, gekleed in een geel T-shirt en een lange broek waarvan de broekspijpen in zijn sokken zijn gestopt. Met zijn eveneens gele pet wenkt hij eerst de automobilisten dat ze moeten stoppen en daana maakt hij met eenzelfde soort gebaar welke kant we op moeten gaan.
Al snel blijkt dat hij niet voor niets heeft gezegd dat we dicht bij elkaar moeten blijven. Op zondagmorgen is het in de stad wel wat minder druk dan de rest van de week, maar nog altijd is het niet denkbeeldig de groep in de massa uit het oog te verliezen. Het is de bedoeling dat we in het eerste deel van de tocht een indruk krijgen van het leven in Chinatown. Met onze fietsen rijden we door de smalle straten langs kleine boeddhistische monumenten en rakelings langs de kraampjes van een markt. We bewegen soepel door de mensenmassa, slechts af en toe loopt het gezelschap vast. Soms zie je verbaasde gezichten. Maar wat vooral opvalt, is dat de plaatselijke bevolking verder nauwelijks lijkt te reageren en zich ook niet opwindt als Van Kessel het verkeer voor ons stillegt.
Wie tijdens zijn verblijf in Bangkok vooral geïnteresseerd is in de bezienswaardigheden waar de stad beroemd om is, zoals het koninklijk paleis of de floating market (drijvende markten, waar de kooplieden hun producten in bootjes aanbieden), zal worden teleurgesteld. Van Kessel wil ons juist een beeld geven van het alledaagse leven. “Er is zo veel te zien in deze stad,” legt hij me na de tocht uit, “dus waarom zouden we naar de plekken waar alle toeristen al gaan kijken?”
Bijkomend voordeel van deze filosofie blijkt dat we geen moment in het gedrang van toeristen komen. Bangkok blijkt zowaar ook rustige plekken te hebben, zelfs in Chinatown.
Onze eerste stop is Somdet Chao Memorial Park, dat is vernoemd naar de moeder van de huidige koning. In het midden van het parkje staat een groot monument dat aan haar is gewijd. Aan het einde van de achttiende eeuw was hier een voorhaven van de voormalige hoofdstad Ayutthaya. Van Kessel leidt ons langs de resten van pakhuizen die onder andere door de Verenigde Oostindische Compagnie zijn gebruikt.
In het park zitten vooral Thais van Chinese afkomst (we zijn nog steeds in Chinatown). Op een veldje zien we een vrouw met een zwaard Tai-Chi oefeningen doen.
Onze gids verteld graag. Bij het bezoek aan een tempel verteld hij bijvoorbeeld over de oorsprong van de vele oude Chinese boeddhabeelden die overal in Bangkok te vinden zijn. Eeuwen geleden werden ze meegenomen in de kiel van de zeilschepen die zijde vervoerden. Ze zorgden dat de schepen met (letterlijk) vederlichte lading stabiel bleven. Bij de zoveelste tempel horen we dat de officiële economie van de stad voor een derde op religie draait. Alle grote godsdiensten hebben hier hun heilige plekken. Zijn grootste talent als reisgids, zegt Van Kessel, is dat hij de weg in het doolhof van de binnenstad feilloos kent. “Ik heb een topografische tik en een fotografisch geheugen voor de omgeving.” vertelt hij als ik hem later vraag hoe het komt dat hij zich nooit vergist in de route. Hij ziet het als een uitdaging zo verschillend mogelijke routes af te leggen. “Dat heeft voordelen. Mensen reageren nu eenmaal minder spontaan als ze erop rekenen dat je steeds langskomt.”
Met een voetveer verlaten we Chinatown. Het transport over water is een attractie op zich. Voor Van Kessel zich op de fiets stortte, organiseerde hij boottochten voor toeristen. Het vervoer over water is goed georganiseerd, nergens heoven we ook maar één minuut op een boot te wachten. Het meest worden longtailboten gebruikt; de fietsen worden door de schipper in het kop- en staartdeel gelegd en wij zitten in het midden.
Terug aan land valt nog niets waar te nemen dat de kwalificatie “Gardens of Siam” verdient. Het gezelschap fietst weer door de smalle stegen en over enorme overdekte markten. Om ons heen zien we een eindeloze variatie aanvissen en even verderop is een groot aantal varkenskoppen opgestapeld.
De volgdende stop is de Gouden natuurtempel (de Wat Thong Thamasat), een relatief klein complex, waar een assistent van de Nederlander voor een fruitlunch heeft gezorgd aan de oever van een kanaal. Voor we weer per longtail verdergaan, nodigt Van Kessel ons uit een van de broden die bij de tempel verkocht worden, in het water te gooien. “Voor de catfish.” Als het brood het water raakt, zijn aan de oppervlakte alleen maar happende vissen te zien. “Tegenwoordig kan je bij veel tempels deze vissen voeren. Het brood wordt er speciaal voor gebakken,” legt Van Kessel uit. “De opbrengt is voor de tempels.”
Het laatste deel van de fietstocht voert door de wijk Bahn Waeck. Voordat we daar zijn, hebben we tijd om de traditionele huizen langs de vele kanalen te bestuderen. Maar langzaam wordt het steeds groener. Dit moeten de langverwachte “Gardens of Siam”zijn. Van Kessel legt uit dat dit binnen de officiële stadsgrenzen lang een soort oase is geweest. Tot voor kort was de wijk door het water vrijwel van de stad afgesloten. Een nieuwe snelweg heeft aan dat isolement een einde gemaakt.”Heel lang was hier een plantage waar vooral bloemen en fruit werden verbouwd, die gingen dan per boot naar de markt, maar de grond is nu opgekocht door projectontwikkelaars.”
De verlaten plantages zijn schilderachtig. We fietsen over een betonnen weggetje dat de bewoners van Bahn Waeck met elkaar verbindt. Overal wordt ons gezelschap enthousiast begroet en veel bewoners blijken Van Kessel te kennen. “Ik probeer altijd een deel van de route door de natuur te laten lopen,” zegt hij.
Als we ongeveer één uur in de middag onze fietsen terugzetten in het Grand China Princess Hotel, moet de reisleider alweer snel naar een volgende groep. Wekelijks maakt hijtien van dit soort tochten, vertelt hij nog. Bijna alle klanten zijn Nederlanders.
De tocht kost per deelnemer 21 Euro (950 Baht). Van Kessel is te bereiken per e-mail: covankessel@yahoo.com. Meer info op zijn website: www.covankessel.com.
Voor liefhebbers van steviger fietstochten organiseert Van Kessel in Juni ter gelegenheid van het zestigjarig regeringsjubileum van de Thaise koning een fietstocht van zestig kilometer langs zestig tempels.
